Herziene Cardiale Risico-index voor preoperatief risico
Schat het risico op cardiale complicaties na niet-cardiale chirurgie
MakerInstructies
- Geïndiceerd bij patiënten ≥ 45 jaar (of 18-44 jaar met significante cardiovasculaire aandoening) die een electieve niet-cardiale ingreep ondergaan of een urgente/semi-urgente (niet-spoedeisende) niet-cardiale ingreep.
- Voorzichtigheid geboden: de score is minder goed gevalideerd bij patiënten die een spoedoperatie ondergaan.
Voorbeelden: intraperitoneaal, intrathoracaal, suprainguinaal, carotis, vasculair (aorta en grote vaten), hoofd-halsregio, orthopedisch, prostaat
Ingrepen met een risico op een ernstige ongewenste cardiale gebeurtenis (MACE) van overlijden of myocardinfarct (MI) van ≥ 1% worden beschouwd als ingrepen met verhoogd risico (zie ACC/AHA-richtlijnen 2014).
Inleiding
De Herziene Cardiale Risico-index (Revised Cardiac Risk Index, RCRI) werd oorspronkelijk de Lee-index genoemd. De Lee-index was een risicoscore met 9 items, gepubliceerd in 1977 door Goldman et al. In 1999 werd de RCRI gepubliceerd door Lee et al. als een risicoscore met 6 items, ontwikkeld en gevalideerd voor het voorspellen van myocardinfarct, longoedeem, ventrikelfibrilleren of primaire hartstilstand en volledig hartblok.
De Herziene Cardiale Risico-index (RCRI) voor preoperatief risico stelt de clinicus in de klinische of poliklinische preoperatieve setting in staat patiënten te risicostratificeren voordat zij een ingreep of operatie ondergaan. De score is echter minder goed gevalideerd bij patiënten die een spoedoperatie ondergaan. De RCRI kan ook een hulpmiddel zijn om patiënten inzicht te geven in hun individuele risicoprofiel als onderdeel van een gesprek over informed consent. Wanneer patiënten een verhoogd risico hebben (RCRI ≥ 1, leeftijd ≥ 65 of leeftijd 45-64 met significante cardiovasculaire aandoening), wordt aanvullende preoperatieve risicostratificatie aangeboden (bijv. serum-NT-proBNP of -BNP), samen met aanbevelingen voor postoperatieve cardiale monitoring (bijv. ECG, troponines). De RCRI is in meerdere studies gevalideerd. Een grote systematische review uit 2010 vond een matig onderscheidend vermogen bij het voorspellen van ernstige perioperatieve cardiale complicaties (Ford, 2010). Volgens Duceppe (2017) zijn andere perioperatieve cardiale risicoscores, zoals de Myocardial Infarction and Cardiac Arrest (MICA)-score en de American College of Surgeons (ACS) National Surgical Quality Improvement Program (NSQIP)-score, slechts retrospectief gevalideerd en onderschatten zij waarschijnlijk het risico op myocardischemie.
Scoring
De Herziene Cardiale Risico-index (RCRI) is bedoeld voor de volgende populatie die een electieve niet-cardiale ingreep ondergaat of een urgente/semi-urgente (niet-spoedeisende) niet-cardiale ingreep:
Patiënten ≥ 45 jaar of
Patiënten van 18-44 jaar met significante cardiovasculaire aandoening*
*Significante hartziekte verwijst naar een bekende voorgeschiedenis van
coronairlijden
perifeer arterieel vaatlijden
congestief hartfalen
ernstige pulmonale hypertensie (PHTN)
ernstige obstructieve intracardiale afwijking (bijv. ernstige aortastenose, ernstige mitralisstenose of ernstige hypertrofische obstructieve cardiomyopathie)
Risicofactor | Beschrijving | Punten |
Chirurgie met verhoogd risico* | Voorbeelden: intraperitoneaal, intrathoracaal, suprainguinaal, carotis, hoofd-halsregio, orthopedisch, prostaat, vasculair (aorta en grote vaten) | 1 |
Voorgeschiedenis van ischemische hartziekte | Voorgeschiedenis van myocardinfarct (MI); voorgeschiedenis van positieve inspanningstest; huidige pijn op de borst die aan myocardischemie wordt toegeschreven; gebruik van nitraattherapie of ECG met pathologische Q-golven | 1 |
Voorgeschiedenis van congestief hartfalen | Longoedeem, bilaterale crepitaties of S3-galopritme; paroxismale nachtelijke dyspneu; röntgenfoto van de thorax (CXR) met pulmonale vasculaire herverdeling | 1 |
Voorgeschiedenis van cerebrovasculaire aandoening | Eerdere transiënte ischemische aanval (TIA) of beroerte | 1 |
Preoperatieve behandeling met insuline |
| 1 |
Preoperatief creatinine > 2 mg/dL of 176,8 µmol/L |
| 1 |
RCRI-score | Risico op een ernstige cardiale gebeurtenis (95%-BI)* |
0 | 3,9% (2,8-5,4%) |
1 | 6,0% (4,9-7,4%) |
2 | 10,1% (8,1-12,6%) |
≥ 3 | 15% (11,1-20,0%) |
*Gedefinieerd als overlijden, myocardinfarct of hartstilstand binnen 30 dagen na niet-cardiale chirurgie (Duceppe, 2017).
Overwegingen voor beleid
Aan een of meer van de volgende criteria is voldaan:
RCRI-score ≥ 1
Leeftijd ≥ 65
Leeftijd 45-64 met significante hartziekte
Volgens de CCS-richtlijnen voor de perioperatieve zorg van 2016:
Bepaal NT-ProBNP of BNP van de patiënt (indien beschikbaar)
Indien NT-ProBNP ≥ 300 ng/L of BNP ≥ 92 ng/L is, laat dan een ECG verrichten op de PACU (verkoeverkamer) en laat gedurende 48-72 uur dagelijks troponines bepalen
Indien NT-ProBNP < 300 ng/L of BNP < 92 ng/L is (na risicostratificatie), is geen routinematige postoperatieve cardiale monitoring nodig.
Indien deze bepalingen niet beschikbaar zijn, hebben alle patiënten het volgende nodig
monitoring met een ECG op de PACU (verkoeverkamer) en
dagelijkse bepaling van troponines gedurende 48-72 uur
.
Alle vragen en mogelijke uitslagen
VragenTitel niet zichtbaar
Chirurgie met verhoogd risico
Voorbeelden: intraperitoneaal, intrathoracaal, suprainguinaal, carotis, vasculair (aorta en grote vaten), hoofd-halsregio, orthopedisch, prostaat
Ingrepen met een risico op een ernstige ongewenste cardiale gebeurtenis (MACE) van overlijden of myocardinfarct (MI) van ≥ 1% worden beschouwd als ingrepen met verhoogd risico (zie ACC/AHA-richtlijnen 2014).
Select one option:
- Nee
- Ja
Voorgeschiedenis van ischemische hartziekte
- Voorgeschiedenis van myocardinfarct (MI)
- Voorgeschiedenis van positieve inspanningstest
- Huidige pijn op de borst die aan MI wordt toegeschreven
- Gebruik van nitraattherapie
- ECG met pathologische Q-golven
Select one option:
- Nee
- Ja
Voorgeschiedenis van cerebrovasculaire aandoening
- Eerdere transiënte ischemische aanval (TIA) of beroerte
Select one option:
- Nee
- Ja
Preoperatieve behandeling met insuline
Select one option:
- Nee
- Ja
Preoperatief creatinine > 2 mg/dL of > 176,8 µmol/L
Select one option:
- Nee
- Ja
Voorgeschiedenis van congestief hartfalen
- Longoedeem, bilaterale crepitaties of S3-galopritme
- Paroxismale nachtelijke dyspneu
- Röntgenfoto van de thorax (CXR) met pulmonale vasculaire herverdeling
Select one option:
- Nee
- Ja
Is de leeftijd van de patiënt ≥ 65?
Select one option:
- Nee
- Ja
Is de leeftijd van de patiënt 45-64 jaar met significante hartziekte*?
*Significante hartziekte verwijst naar een bekende voorgeschiedenis van
- coronairlijden
- perifeer arterieel vaatlijden
- congestief hartfalen
- ernstige pulmonale hypertensie (PHTN)
- ernstige obstructieve intracardiale afwijking (bijv. ernstige aortastenose, ernstige mitralisstenose of ernstige hypertrofische obstructieve cardiomyopathie)
Select one option:
- Nee
- Ja
Mogelijke uitslagen
Overwegingen voor beleid
Aan een of meer van de volgende criteria is voldaan:
- RCRI-score ≥ 1
- Leeftijd ≥ 65
- Leeftijd 45-64 met significante hartziekte
Volgens de CCS-richtlijnen voor de perioperatieve zorg van 2016:
- Bepaal NT-ProBNP of BNP van de patiënt (indien beschikbaar)
- Indien NT-ProBNP ≥ 300 ng/L of BNP ≥ 92 ng/L is, laat dan een ECG verrichten op de PACU (verkoeverkamer) en laat gedurende 48-72 uur dagelijks troponines bepalen
- Indien NT-ProBNP < 300 ng/L of BNP < 92 ng/L is (na risicostratificatie), is geen routinematige postoperatieve cardiale monitoring nodig.
- Indien deze bepalingen niet beschikbaar zijn, hebben alle patiënten het volgende nodig
- monitoring met een ECG op de PACU (verkoeverkamer) en
- dagelijkse bepaling van troponines gedurende 48-72 uur
Klasse IV-risico: 15% risico op overlijden, myocardinfarct (MI) of hartstilstand
Referentie: Duceppe, 2017
Klasse I-risico: 3,9% risico op overlijden, myocardinfarct (MI) of hartstilstand
Referentie: Duceppe, 2017
Klasse II-risico: 6% risico op overlijden, myocardinfarct (MI) of hartstilstand
Referentie: Duceppe, 2017
Klasse III-risico: 10,1% risico op overlijden, myocardinfarct (MI) of hartstilstand
Referentie: Duceppe, 2017
Bronvermelding
Lee TH, Marcantonio ER, Mangione CM, Thomas EJ, Polanczyk CA, Cook EF, Sugarbaker DJ, Donaldson MC, Poss R, Ho KK, Ludwig LE, Pedan A, Goldman L. Derivation and prospective validation of a simple index for prediction of cardiac risk of major noncardiac surgery. Circulation. 1999 Sep 7;100(10):1043-9.
Literatuur
Multifactorial index of cardiac risk in noncardiac surgical procedures. N Engl J Med. 1977 Oct 20;297(16):845-50.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/904659/Systematic review: prediction of perioperative cardiac complications and mortality by the revised cardiac risk index. Ann Intern Med. 2010 Jan 5;152(1):26-35.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/20048269/Canadian Cardiovascular Society Guidelines on Perioperative Cardiac Risk Assessment and Management for Patients Who Undergo Noncardiac Surgery. Can J Cardiol. 2017 Jan;33(1):17-32.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27865641/2014 ACC/AHA guideline on perioperative cardiovascular evaluation and management of patients undergoing noncardiac surgery: executive summary: a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines. Circulation. 2014 Dec 9;130(24):2215-45.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25085962/Derivation and prospective validation of a simple index for prediction of cardiac risk of major noncardiac surgery. Circulation. 1999 Sep 7;100(10):1043-9.
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10477528/